3. Klaar voor het vervolg

Doel

In kaart brengen van:

  1. de belangrijkste denkpatronen en opvattingen die het succes van het identiteitstraject kunnen beïnvloeden, zowel in positieve als negatieve zin;
  2. De veranderkracht, d.w.z. hoe goed je bent in het maken van de vereiste omslag naar de (nieuwe) identiteit en wie daarbij de sleutelpersonen zijn in je organisatie.

Effect

Je krijgt inzicht in je dominante denkpatronen en opvattingen, waardoor eventuele belemmeringen of juist aanjagers van het identiteitstraject duidelijk worden. Je ontdekt mogelijke ‘knelpunten’ in het denken die je in de weg zouden kunnen zitten bij het waarmaken van je identiteit. Je kunt ook een inschatting maken van je vermogen om de nieuwe identiteit tot een succes te maken en welke personen daarbij de doorslag kunnen geven. Op basis van deze inzichten kunnen je het optimale proces voor het vervolg van het traject bedenken.

Werkwijze

Denkpatronen, opvattingen en veranderkracht worden in kaart gebracht door middel van een speciaal daarvoor ontwikkelde onderzoekswerkwijze die verschillende varianten kent. Gesprekken en een digitale vragenlijst vormen de kern van deze werkwijze. Uitkomsten worden schriftelijk gerapporteerd en besproken met de relevante personen binnen je organisatie.

Duur

2 weken.

“Dat identiteitsbewijs belandt toch in de la”

We hadden een geslaagd identiteitstraject achter de rug op deze kleine middelbare school in Gorinchem. De sfeer was goed geweest, medewerkers, leerlingen en ouders hadden enthousiast deelgenomen aan de identiteitssessies en het identiteitsbewijs dat we gezamenlijk opgesteld hadden was klaar. We zaten met alle medewerkers bij elkaar om het identiteitsbewijs te bespreken. De reacties waren positief. De aanwezigen herkenden zich erin en de merkbelofte sprak hen aan. Een enkeling was al hardop bezig haar lessen aan te passen op basis van het identiteitsbewijs. Toen stond Herman op, een van de taaldocenten: “Ik wil even wat zeggen. Ik ben best enthousisast geworden over het identiteitstraject en ook over het identiteitsbewijs. Maar ik vrees dat het toch gewoon in de la belandt. Over een maand praat niemand er meer over en merken we er niets meer van. Zo gaat dat nu eenmaal hier.” Iris valt hem bij: “Ja, precies. En ik weet nu al dat enkele collega’s die mooi zitten te knikken vanaf morgen gewoon weer doen wat ze altijd gedaan hebben.”

Deze korte situatieschets is kenmerkend voor wat ik vaak meemaak op het moment dat de identiteitssessies zijn afgerond en het identiteitsbewijs klaar is. De opmerkingen van Herman en Iris zijn typische signalen dat je als organisatie nog niet klaar bent voor de volgende fase van identiteitsmarketing. Blijkbaar heersen in elk geval bij deze twee mensen de overtuigingen dat ‘stukken altijd in de la belanden en niet worden opgevolgd’ en dat ‘een aantal collega’s niet bereid is tot welke verandering dan ook’. Los van de inhoud van het identiteitsbewijs en het enthousiasme ervoor, zal het identiteitstraject nooit kunnen slagen als dit soort opvattingen en denkpatronen blijven rondwaren onder medewerkers. Je zult hiermee in het vervolgproces iets moeten doen. Door te weten welke opvattingen en denkpatronen heersen en bij wie ze wel en niet aanwezig zijn, kun je hier gericht iets aan doen.